De Dode Zee ligt op – 405m, waardoor het gigantisch warm is, dag en nacht. Na een nacht zweten voelde ik me weer gezond. JP daarentegen lag met gloeiend voorhoofd (ik denk dat als we een thermometer hadden zou hij gesprongen zijn) in een plas zweet te drijven en zich ellendig te voelen. In de tent was het meer dan 45 graden, en in de schaduw kon je niet ademhalen zonder tien vliegen mee in je mond te zuigen…

Na de middag besloten we een bus te nemen tot bij het eerstvolgende hotel, in Karak. Degenen die Google Maps raadplegen zullen zien dat we hierdoor een enorme klim gemist hebben, van – 400 naar +1000. Dat is dan het voordeel van ziekzijn… Deze 60 km zijn trouwens de enige kilometers van Belgie tot Aqaba die we niet gefietst hebben. Anyway, het was nodig, want nadat we ons geinstalleerd hadden in het Towers Hotel in Karak heeft het nog 5 dagen geduurd voordat JP zich wat beter voelde… Karak was trouwens een verschrikkelijk stadje voor ons. De meest onvriendelijke mensen, je kan geen vijftig meter lopen zonder dat er obscene dingen geroepen worden, de hele tijd (dag en nacht) superveel lawaai op straat… In deze hotelkamer, waar we ook nog eens door het bed gezakt zijn,

hebben we er dan ook ernstig over gepraat om deel twee vervroegd stop te zetten en een bus naar Amman te nemen en vandaar naar huis te gaan. Uiteindelijk hebben we een iets andere optie gekozen, namelijk nog even vastbijten en Jordanie uitfietsen, tot bij Aqaba, en dan ons volgende deel vanaf Egypte te laten beignnen. Dus na Karak konden we dan eindelijk beginnen fietsen op de mooie King’s Highway, een rustige weg tussen droge, maar prachtige Bergen. Deze weg doorkruist heel weinig dorpen, en voor het eerst in Jordanie moeten we niet elk halfuur sneller fietsen om stenen te ontduiken. We slapen onder de blote hemel, zien oneindig veel sterren waarvan minstens tien vallende!



De volgende dag is een fysieke uitdaging, 50 km fietsen, waarvan 40 km omhoog. En niet een beetje omhoog, de hele tijd aan 8 tot 10%. Op het einde worden we dan toch beloond door een 3 km lange en supersteile afdaling naar het iddylische dorp Dana, waar we een heerlijk avondbuffet krijgen in een tof hostel. Welcome to Jordan! De dag daarna genieten we van een rustdag met uitzicht op het brilliante natuurpark.

Onze volgende stop in bij Petra, de bekendste toeristische attractie van Jordanie. En dat is te merken aan de inkomprijs. 33 euro per person voor een dag, en vanaf 1 november wordt het 50 euro. Voor 33 euro vond ik het nog wel de moeite waard, 50 euro zou ik er niet aan geven. De gebouwen zelf zijn indrukwekkend, maar wat de plek zo speciaal maakt is de natuur rondom. Bijzonder!






Na twee weken erge diarree begin ik met een antibioticakuur, die gelukkig werkt. Na Petra is het nog drie dagen fietsen tot bij Aqaba, een dag bergop, een dag op en af, en een dag bergaf… Onze moraal is goed, zeker als we ontdekken dat de kinderen in het Zuiden van het land toch een beetje beter opgevoed zijn en niet meteen met stenen beginnen gooien als ze een “blanke” zien. Als we uiteindelijk bij de Rode Zee aankomen kunnen we er niet in. Vrouwen zwemmen hier niet… De volgende ochtend staan we vroeg op, in de hoop dat we het strand voor ons alleen zouden hebben. Maar blijkbaar slapen de mensen hier op het strand, dus was het nog bijna drukker dan de dag ervoor. Dan maar met kleren en al in de zee… Het water is helderder dan zwembadwater, maar de snorkelgebieden liggen iets meer naar het zuiden. Het snorkelen in de Rode Zee staat zeker en vast op ons to do lijstje voor deel drie van de fietstocht.



De bus naar Amman is goedkoop en de fietsen kunnen zonder probleem mee in het bagageruim. In Amman lopen we rond in de straten, ZONDER HOOFDDOEK en ZONDER AANGESTAARD te worden! Heerlijk! We sturen onze fietsen op naar Belgie en zoeken informatie op over Israel, paspoortstempels en Jeruzalem. Na twijfel besluiten we het er toch op te wagen en gaan we naar Israel. (Ter info: als je een stempel van Israel in je paspoort hebt mag je verschillende Arabische landen, oa Soedan, niet binnen. Er bestaat echter de mogelijkheid om te vragen aan de grens of ze je stempel op een apart blaadje willen zetten. Maar als de stempelman of –vrouw toevallig in zijn of haar midlifecrisis zit en besloten heeft vandaag een paar toeristen te pesten, dan is er weinig wat je daaraan kan doen, behalve een nieuw paspoort aanvragen. Gelukkig voor ons was dat niet het geval. Wel werden we verschillende keren tegengehouden en verdacht van allerlei terroristische activiteiten. Maar na twee uur mochten we door, en nog een uur later stonden we in Jeruzalem.
Ik hou niet van steden. Toch ben ik blij dat we naar Jeruzalem zijn gegaan. Het is niet alleen ongelofelijk cool om te zeggen “Ik was al in Jeruzalem”, het is ook echt een interessante en toffe stad. En het leuke aan de stad is ook dat er bijna nergens inkom gevraagd wordt. Zelfs de drie uur durende stadsrondleiding met een erg goede gids was gratis (gebaseerd op een vrijwillige fooi)! Een wandeling op de olijfberg geeft een mooi uitzicht op de stad. De Joden hebben nog echte Jodenkrullen en op donderdag werden vele jongens ge-Bar Mitswa-d.
Terug in Amman hadden we nog een gezellige avond met Pierre, een leuke afsluiter van ons Midden-Oosten-avontuur…
Voila, dit was deel twee. Nu gaan we eerst een dikke twee maanden in Zuid-Afrika blijven, weer een beetje raften bij Outrageous Adventures, en dan komen we weer naar het koude en grijze Belgie, waar er chocolade en frieten en bier in overvloed zijn, waar de mensen geen stenen gooien, en waar je kan zitten op de toiletten!
Tot zover de tekst. Enkele foto’s zullen binnenkort geupload worden. Dank jullie wel voor het volgen van onze reis en tot binnenkort! JP en Dorien